|
Review: Cyberspace: First Steps Michael Benedikt, 1991 By Henri Achten |
| Index |
"Schoften, ik hou van jullie. Jullie zijn
de enigen die ik nog lees. Jullie zijn de enigen die nog
praten over de werkelijk verschrikkelijke veranderingen die
aan de gang zijn, de enigen die gek genoeg zijn om te weten
dat het leven een ruimtereis is, en niet eens zo'n kort
reisje, maar een reis die miljarden jaren zal duren. Jullie
zijn de enigen die lef genoeg hebben om je echt zorgen over de
toekomst te maken, die echt zien wat machines ons aandoen, wat
oorlogen ons aandoen, wat steden ons aandoen, wat grote,
eenvoudige denkbeelden ons aandoen, wat kolossale
misverstanden, vergissingen, ongelukken en catastrofes ons
aandoen. Jullie zijn de enigen met genoeg gezond verstand om
in te zitten over tijd en afstanden zonder grens, over eeuwig
blijvende raadsels, over het feit dat we op ditzelfde moment
bepalen of de ruimtereis voor de eerstvolgende miljard jaren
of daaromtrent naar Hemel of Hel gaat." Ja, dat was een goede opening. Goed genoeg in ieder geval om de aandacht lang genoeg vast te houden en het anti-virus programma te draaien. Audio was goed, echt de stem van een bevlogen en bezopen persoon (zouden ze dat wel herkennen, die met V-LSD-i sufgemoeste breintjes), maar de resolutie van Visueel was slechts 2D en gebaseerd op MovieCollage (c). Daar zouden die fladderende motten direkt doorheen prikken en terugspringen op wat ze zelf meegenomen hadden. Hij klikt op Harlekijn die in de hoek ligt en opent Dali om het wijnglas te pakken. Tegelijk start hij Customizer (c) om aan te geven hoe diepere info gehaald kan worden door derden. Tegenwoordig is het mogelijk om honderden commando's tegelijk te geven, maar hij was nooit een goed danser geweest. Trouwens, geen van de bewegingskunsten was hij machtig en daarom beperkte hij zijn interface tot vinger- en handbewegingen. Zijn grote parate kennis had hem indertijd deze baan bezorgd (belezenheid, een term die steeds minder toepasselijk werd voor mensen) en die stelde hem in staat zaken sneller op te halen dan een informatiedanser. De kam naast hem op het bureau springt op en rinkelt. Ah, de eerste selectie is binnen. De tanden beginnen te trillen en de kam somt de lijst op: 15 titels 100% compatibel, 28 titels 90% enzovoort tot 50%. Even op het horloge tikken en de bril en de lijst verschijnt in het eigen handschrift, chronologisch geordend. Het zijn maar weinig titels, en hij ziet dat ze maar tot '90 gaan. Hoewel dat het tijdperk is waarin hij eigenlijk zoekt, had hij toch een aantal titels uit '95 en '96 verwacht, bijvoorbeeld uit de eerste kring van Gargantianus' Elektribald. Geergerd tikt hij de telefoon en wil via Vubis (c) 1995sf-a openen. Het ikoon van de bibliothecaris verschijnt en de bril begint te praten: "Deze sectie is gaande procedure Paperwet 21c28 p16 beroep EiEn gesteund VU-A/UU afgesloten tot nader order om precedentvorming en -bestraffing met terugwerkende kracht te voorkomen. Andere betreffende secties..." Uittikken en pad terug. Dus het Buma/Stemra Conglomeraat had een nieuw proces aangespannen. Shit, nu kan hij niet bij zijn gegevens. Dit college moet over een uur klaar zijn. Naar huis terugkoppelen kan niet. Dan het maar hiermee doen. Er was elk half jaar wel een proces nu er flink geld te verdienen was omdat informatie tot op de bron beschermt kon worden (en nog meer geld om dat te misleiden). De Uni had hier een ambigu standpunt. Enerzijds stond zij voor vrije informatieverspreiding en kennisverwerving, anderzijds kwam het geld voor het loon alleen uit de verkoop van werk van medewerkers. De Uni had nog de geldstroom van de multinationals die hun geld alleen staken in besloten research. De enige reden om op de Uni te werken was dat men dan gebruik kon maken van de faciliteiten die je wel nodig had als je een beetje serieus onderzoek wilde doen, los van de hersenspoelende multi's. En dan nemen we maar het onderwijzen van de motten op de koop toe. Hij wijdde zich weer aan het college. Science fiction als methodisch onderzoeksmiddel. Case IV: pre-Cyberspace theorievorming. Voordat Cyberspace in werkelijkheid openbaar geimplementeerd werd en de eerste besloten Cyberspaces al drie jaar draaiden was de ontwikkeling jarenlang een gestuurde researchinspanning die in hoge mate door wereldwijde consensus gesteund en gestructureerd was. Waar voorheen alleen grootmachten op nationaal nivo wetenschappelijke ontwikkeling paarden aan toekomstige technologische realisatie (denk bijvoorbeeld aan het Manhattan en Star Wars projekt) was nu op globale schaal een richting geformuleerd in termen van Uninet. Bij de vorige case-studies zagen we dat de eerste doelstelling van Uninet inderdaad het oprichten van een wereldomvattende Cyberspace was. Uniek echter was ook dat in de doelstellingen voor het eerst uitvoerig gerefereerd werd aan bronnen uit het veld van de science fiction literatuur. Zoals we weten is het daarna vaker gebeurt, maar we kunnen de oprichting van Uninet wel aanmerken als de mijlpaal waarin science fiction niet alleen als bron van inspiratie diende, maar ook om daadwerkelijk een idee tot op het merg te ontleden en de mogelijke implicaties aan te tonen. De statuten van Uninet vermelden vele honderden titels waarvan de abstracts ondergebracht werden in een conceptuele matrix. Het is aardig te bedenken dat deze matrix pas gevisualiseerd en nuttig gebruikt kon worden in een van de eerste operationele Cyberspaces. Science fiction was al langer geaccepteerd in academische kringen (en natuurlijk al veel langer in algemene kringen) maar tot dan toe voornamelijk in literaire opleidingen en instituten. Echter, zoals James Gunn observeerde in "Alternate Worlds" (1975); het geboorterecht van science fiction is haar pot ideeen en niet haar vorm, hoewel deze laatste ook voortdurend in beweging is. Discussieren over science fiction leidt onvermijdelijk tot de inhoud en daarin schuilt ook de kracht ervan: het tonen van een gedachte, een idee, dat uitgewerkt is tot een bepaalde conclusie. Zoals in wetenschappelijk onderzoek een bepaald element invariant is in een veld van gekozen waarden, zo onderzoekt science fiction een idee in een groot veld van onbenoembare, niet te kwantificeren grootheden. De literaire vorm van het verhalende, waarin het korte verhaal de onbetwiste kampioen is, draagt bij om maximale indruk te maken. Deze technieken zijn in de wetenschap niet mogelijk en niet toegestaan. Terug naar Cyberspace. De operationele definitie van Cyberspace luidt: representatie van manipuleerbare, aan de werkelijkheid gekoppelde, informatie in een Virtual Reality omgeving. Drieentwintig jaar voordat Gibson de term Cyberspace uitvond, werden in Gunn's boek "The Joy Makers" (1961) zogenaamde "sensies" genoemd. Met "sensies" krijgt men via alle zintuigen indrukken van een imaginaire situatie waarin men handelen kan. Later wordt de techniek verbetert en heeft men geen fysieke interface meer nodig: "sensies" worden "realies". "The Joy Makers" gaat in op de culturele implicaties ervan en bevat een ontstaansgeschiedenis die meer dan veertig jaar verbluffend correct zou zijn. Het gaat hier dus om de Virtual-Reality component van Cyberspace die als doel op zichzelf gaat staan. Keith Laumer behandelt in "Cocoon" (1962) een Cyberspace die een stad omvat en al haar inwoners. Deze zijn ondergebracht in leefcellen... al 200 jaar. De Virtual Reality technieken van medio jaren '90 (let op: in de 20e eeuw) worden al in 1971 expliciet genoemd in Pierce's "Choice". Hier treedt science fiction mogelijk in de rol van extrapolator omdat reeds in 1968 geexperimenteerd werd met VR-technieken. McIntyre's hoofdpersoon in "Spectra" (1972) werkt in een Cyberspace hoewel zij geen idee heeft wat de bedoeling is van haar werk. Iemand die dat wel heeft en waarbij het helemaal verkeerd gaat terwijl hij gekoppeld is aan het besturende netwerk van een stedenconglomeraat, is dhr. Smithers, de gedigitaliseerde maniak in "Cyborgjury" van Haldeman (1974). Fantastischer, maar niettemin een beschrijving van een virtuele wereld, is Varley's "Overdrawn at the memory bank" (1978). De technieken om interactief een omgeving te scheppen vanuit een persoonlijkheidshologram verkeren immers nog steeds in een ontwikkelingsstadium. Een jaar voor de publicatie van Gibson's sleutelroman "Neuromancer" verscheen "Ora:cle" van O'Donnell dat evenals Gibson een voltooide Cyberspace beschrijft, maar waarvan de beeldspraak verschilt. Pas in "Neuromancer" wordt de Cyberspace beschreven en genoemd die vanaf toen de leidende en inspirerende impuls vormde om buiten de science fiction bestaande stromingen te bundelen onder deze noemer. Literair kan men het tevens zien als het dauwpunt van een nieuwe science fiction-stroming: cyberpunk. Deze stroming, naast de vele andere stromingen in de science fiction, richtte zich in het bijzonder op (technisch gezien) de Virtual Reality aspecten van een Cyberspace-georienteerde samenleving. Om de opsomming te beeindigen: "Overstap voor mooie jongens" Cadigan (1986), en in hetzelfde jaar "Count Zero" (Gibson) en "R&R" (Shepard), waarbij de laatste ons (onder andere) wijst op de militaire oorsprongen (zoals bijvoorbeeld in DARPA en in pilotenhelmen). "Bloeiend vacuum" (Swanwick 1987) is een typerende cyberpunk-roman en in 1988 verschijnen "Mona Lisa Overdrive" (Gibson), "Het verhaal van de aflaatkramer" (Silverberg) en Lawson's "Sanctuary" dat gezien recente gebeurtenissen bij NASA een griezelig profetisch karakter had. Dat laatste kan ik beter weglaten, mijmert hij, en hij voegt daad bij woord. Die verdwijningen bij NASA zouden een van die motten eens kunnen aanzetten tot een fatale heldere inval. Hij lacht grimmig: nu pleegt hij zelf censuur terwijl hij een voorstander is van vrije informatievoorziening. Maar je moet ze ook niet aanzetten tot stomme dingen, en wie eenmaal met een UniOuderComite Advocaat in de clinch gelegen heeft... Het is jammer dat dit een onvolledige opsomming is, maar misschien gaan ze nu zelf iets zoeken. Er zitten een paar goede dansers tussen, als ze maar genoeg interesse en discipline konden opbrengen om gestructureerd informatie op te zoeken. Nou goed, afwachten. In het algemeen kan men in Cyberspace vier aspecten onderscheiden: representatie van informatie, manipulatie van informatie, koppeling van informatie aan de werkelijkheid en omringing door informatie. Hij laat zijn blik door zijn werkruimte glijden over zijn persoonlijke instrumenten. Met een gebaar maakt hij zijn eyephone transparant zodat de omgeving van zijn unikamer langzaam binnen komt vloeien. Zijn virtuele werkruimte is op dezelfde wijze georienteerd als zijn unikamer, om geen desorienterende effecten van perceptietraagheid te krijgen bij het uitstappen, en ook om zijn denken te stimuleren als hij gewoon aan het werk is. Weinig science fiction verhalen nemen de gehele Cyberspace voor hun rekening. Veel ervan houden zich bezig met het virtuele aspect, zonder de koppeling aan wereldgerelateerde en gemanipuleerde informatie. Er ontstaat de vraag: wat is werkelijk wanneer Virtual-Reality technieken zo sterk ontwikkeld zijn dat we naadloos kunnen overstappen van de ene naar de andere Virtual Reality omgeving en er geen extra hulpmiddelen meer voor nodig hebben? De ongevaarlijke kanten worden belichaamd in de spellenhallen en het FunNet, die men allemaal wel kent (dat ongevaarlijke moet men maar met een korreltje zout nemen: er zijn al heel wat motten van verwaarlozing omgekomen, in de ban van een VRideospelletje, of in hun dans uit een onbeveiligd huis gevallen). De oude verhalen behandelen aspecten over gebruik, beheer, aard en vooral misbruik, gevaar en invloed van Cyberspace. Toen men daar goed over nadacht, iets wat gestructureerd mogelijk was na de realisering van de conceptuele matrix, was het mogelijk om veel angels te identificeren en te verwijderen. Geinspireerd door de lectuur heeft men de ontwikkeling van Cyberspace in hoge mate kunnen structureren en formaliseren alvorens de eerste (dure) experimenten uitgevoerd werden op grote schaal. Zo, nu was het ongeveer klaar. Het leek wat mager voor een college van drie uur, maar hij moest nog veel dynamische dimensies inplanten om ze genoeg bezig te houden. In gedachten zag hij al de dofgrijze vlinderachtige representaties van zijn studenten om zijn college fladderen. Sommigen zouden snel dit framewerk doorlopen (ze moesten wel, dat was niet interactief) en zich daarna snel terugtrekken in hun eigen software, anderen zouden meer dimensies openen en zo informatie vergaren. Misschien, misschien, zou er eindelijk een gaan lezen...
"Schoften, ik hou van jullie"Toespraak van Eliot Rosewater op een vergadering van science-fiction schrijvers in Milford, Pennsylvania ("Gods rijkste zegen, mr Rosewater!", Vonnegut 1965/1976).Hoewel dit stuk een boekbespreking is van "Cyberspace: First steps" gaat het grotendeels niet over dat boek. Het gaat namelijk over wat er niet in staat, de invalshoek vanuit de science fiction. Verschillende auteurs in "Cyberspace: First steps" verwijzen in hun bijdragen naar deze literatuur, maar de meesten wijzen Gibson aan als eerste auteur over Cyberspace. Het is echter zo dat Gibson een hele reeks voorgangers heeft die zich al met Cyberspace-vraagstukken bezig gehouden hebben.
Klikken op objectenAlles in Cyberspace heeft een visuele vorm. Men kan deze "dingen" (software, data, objecten) gebruiken door ze aan te tikken of er naar te wijzen. De toepassing is context-gevoelig: wanneer er geen data of objecten voorhanden zijn voor het typisch gebruik ervan, blijft zij inaktief. Gebruikers bouwen hun eigen gereedschap en dus hun eigen objecten die dat voorstellen. Conservatief ingestelde mensen gebruiken de kamer-analogon.
Gargantianus' ElektribaldHet Gargantianus' Elektribald was een schrijverscollectief dat in prive-sfeer een protoCyberspace opgezet had. Hun naam was een hommage aan de Poolse schrijver Stanislaw Lem ("Cyberiade" 1965).
Informatie in CyberspaceMen kan in Cyberspace interaktief bepalen wat men wil zien en wat niet. Andersom kunnen anderen dat ook doen voor bezoekers. Wanneer men dus niet wil dat bepaalde informatie publiek wordt, kan men dit eenvoudigweg aan het net onttrekken. Het blijkt uit het opstellen van hyperdocumenten dat het moeilijk wordt de grens te bepalen welke informatie nog intrinsiek hoort tot het stuk waar men mee bezig is: de links die men kan leggen naar bronnen van informatie zijn talloos. De kwestie van copyright speelt ook mee wanneer men wel informatie opneemt maar nooit kan achterhalen dat deze ook gelezen wordt.
Besloten research en cyberspaceEr zijn verschillende gradaties mogelijk van Cyberspace, wat ook in de bijdragen in het boek "Cyberspace: First steps" duidelijk wordt. De wereldomvattende informatiematrix van Gibson is een voorbeeld van een uiterste. Niet iedereen zal echter zijn netwerk globaal ophangen of er alles willen laten zien of de moeite willen nemen het te omringen met "ijs" (beveiligingsprogramma's). Ook betrekkelijk eenvoudige lokale interactieve netwerken kunnen een relevante Cyberspace vormen. Deze zullen dus lokaal draaien en niet aan een wereldnet hangen. Dit is de eenvoudigste wijze om voor besloten research afdoende veiligheid te bewerkstelligen.
Werken in cyberspaceDe grote potentie van Cyberspace is onder andere het op een andere en hopelijk snellere manier met informatie omgaan. Het is echter ook een behoefte-creerend produkt: op gegeven moment moet men de beschikking over dergelijke apparatuur hebben om nog te kunnen werken. Daarom streeft men naar een "low end" realisatie: goedkope systemen moeten aangesloten kunnen worden. Toch zullen er Cyberspace-analfabeten ontstaan (acyberneten).
Harlekijn, Dali en het wijnglasIn het verhaal vertegenwoordigt de Harlekijn het menu van de software die in Virtual Reality dingen doet die in de werkelijke wereld niet mogelijk zijn. Dali staat voor multi-media applicaties met NRQ-capaciteiten (Near Reality Quality) en het wijnglas is een eenvoudige indicatie van een programma dat 2D-beelden omzet in 3D-objecten.
UninetUninet is een dochterorganisatie van de Verenigde Naties. Zij werd in 1966 opgericht met de doelstelling: "...het realiseren, onderhouden en publiek maken van een wereldwijd informatienetwerk, vrij toegankelijk (lees: Toevoeging Universele Rechten van de Mens) voor mensen en systemen om informatie en kennis te verwerven, uit te wisselen en te gebruiken." ("Internationaal Recht: Uninet voor beginners", Meethan '03)
Science fiction als referentiebronHoewel het nu gemeenplaats is een invloedrijke SF-schrijver als bron (van inspiratie) te noemen, was het in de jaren '90 een moeilijke kwestie om mensen te overtuigen van de waarde van SF buiten die van de adolescente amusementssfeer. Hoewel de meeste schrijvers zich niets aantrekken van de toenemende nadruk op de "maatschappelijke relevantie" van hun werk, geeft deze aandacht wel sommige figuren de kans hun "pseudo denken" te publiceren.
Science fiction in literaire kringen en institutenIn 1970 werd de Science Fiction Research Association in de Verenigde Staten opgericht om onderzoek te bemoedigen en te ondersteunen. Tegelijkertijd vond er een grote groei plaats in SF-cursussen en maakten literatuurvaktijdschriften ruimte vrij voor SF-rubrieken. In 1980 werd de International Conference on the Fantastic in the Arts opgericht. ("Science fiction in the classroom", Marschall B. Tymn, "Inside outer space", Sharon Jarvis editor 1985)
InformatiedansersDoor het dragen van een "cybersuit" wordt alle informatie met betrekking tot het lichaam van de operator benut om commando's te geven aan het systeem. Houding, stand, positie, orientatie van de ledematen, snelheid van beweging, hand- en oogcoordinatie worden nauwkeurig bepaalde signalen om interactief met objecten in cyberspace om te gaan. Het ontwikkelen van speciale dans- en bewegingstechnieken die in termen van een interface betekenis konden krijgen voor het omgaan met informatie wordt "cyberdancing" genoemd. Een operator die op deze wijze volledig interacteert heet in de volksmond een informatiedanser. Zij werken meestal in beveiligde ruimten omdat de context van de cyberspace zelden synchroon loopt met de fysieke ruimte waar ze zich in bevinden. De eerste informatiedansers werden dan ook in hun bewegingsruimte beperkt door in een 3d-caroussel te stappen.
Uit: "The Joy Makers""If you knew my archtypes, you would realize my inevitability. I am an accretion of devices, a marriage of lines of achievement that diverged early... One river was entertainment: the perfection of the fictional life. Follow it through play and book and music, through art and all the aesthetic media; trace it through film and television and sensies - always striving toward the final blending of illusion and reality until the ultimate achievement of the realies. Another river, the tool: man's attempt to achieve happiness by reducing the effort and time he must devote to necessities, to the elementary business of keeping alive. At the end of that river is automation, which removed from mankind not only the necessity to think. There were other rivers: philosophy, psychology, the sciences, hedonics... Out of all these, I was born." (p 192)
Uit: "Spectra""De transportband komt tot stilstand. Ik draai me om, loop twee stappen, en laat me in de zitplaats achter de werktafel glijden. De angst die me iedere dag beroert doet zich thans nog dieper gevoelen. Al eerder heb ik geprobeerd die helm te ontwijken, en geleerd beter te weten. Hij omsluit mijn hele hoofd, de schaduwen afsnijdend die ik zoeven nog kon zien. De taststiften komen naar buiten, en maken contact met de metalen holten die mijn ogen vervangen hebben. Ik deins onwillekeurig achteruit, maar kan niet weg. De tasters dringen naar binnen, en de lichtpatronen beginnen.Ik werk hard. Ik doe mijn plicht. Ik let op de patronen van duisternis en licht, en doe wat ze me opdragen. Maar ik verlang ernaar het daglicht weer te zien... Met een ruk wordt ik weer tot de werkelijkheid teruggeroepen door een lichte elektrische schok... Ik kan mijn straf niet ontgaan door terug te trekken of me schrap te zetten. De stroomstoot schiet door me heen en mijn vingers krommen zich. Ditmaal is hij niet al te sterk, maar als ik opnieuw een fout maak zal hij heviger zijn." ("Kamp Schroefkop en andere verhalen", 1982)
Uit: "Cyborgjury""Nu eerst een proefje doen... zou het niet leuk zijn, dacht hij, om iedereen te doden wiens naam met een 'A' begint? Contact met hen maken was gemakkelijk, van Aalborg tot Azelstein. Hij liet aan ieder van een dringend bericht zenden - een bevel eigenlijk - dat ze allemaal om twaalf uur bij de kerncentrale van Chesapeake moesten zijn. Hij liet zorg dragen voor tafeltjes en broodjes met koffie op het terrein van de centrale en voor een podium met wapperende vlaggen (allemaal uitsluitend afleidingsmanouvres).ZES had de controle over ENERGIEOPWEKKING EN DISTRIBUTIE. Smithers beval hem de ventielen van de Chesapeake Kerncentrale om 12:05 helemaal open te gooien. Exploderen kon de centrale natuurlijk niet, maar het zou behoorlijk heet worden. En daar was het 12:05. ZES meldde dat de handeling verricht was en hij voelde een lichte verandering in het voltage, toen ze overschakelde op de noodgeneratoren. Hij kon het resultaat van zijn proefneming niet zien, maar kon zich goed indenken hoe al die mensen daar het ene moment lekker gebraden soja-kip zaten te eten en hoe het volgende moment oververhitte radioaktieve stoom huid en vlees van hun botten stroopte... dat zou ze wel even een lesje leren! En nu de B's." ("Onbegrensde dromen", p 196, 1981)
Uit: "Ora:cle""Ale Elaty zag de wereld als een enorme stroomkring, die zo ingewikkeld en geraffineerd in elkaar zat dat het menselijk zenuwstelsel in vergelijking iets heel simpels leek. De laatste die kon beweren dat hij het begreep, was al een eeuw dood; degenen die verantwoordelijk waren voor het onderhoud liepen jaren achter op de mensen die verbeteringen en uitbreidingen aanbrachten... Hij deed zijn ogen dicht en wreef erin. Daar binnen flitste licht en trok zijn blik een tunnel in van zwart, met oranje spikkeltjes. Die binnenwaartse blik bracht hem langzaam in verbinding. Hij stelde zich altijd een berg voor, doorgraven met tunnels en holen vol schone, krachtige lucht. Hij had, door de lichtjes heen, zijn eigen toegang: een nauwe doorgang die na een tijdje uitkwam op een donkere ruimte, duizend meter breed en hoog...Daar zat hij dan met bengelende benen, terwijl twintigduizend andere grotgangers in de verte bromden en zoemden... [E]en massale stem, koud en mechanisch als gegalm van androiden [dreunde] in zijn oor. #U bent vroeg, meneer Ale Elaty# De stem van het schakelprogramma, Het Orakel genaamd, scheen te komen van enkele centimeters boven en voor zijn rechteroor: daar waar de chirurgen drie jaar tevoren de microchip hadden geimplanteerd, toen ORA:KEL NV hem had ingehuurd als rechtstreeks met de computer verbonden expert." (p 10, 17)
Afhankelijkheid van cyberspaceVroeger leverde het verbazing op als iemand niet kon rekenen zonder rekenmachine of liever niet meer met de hand schreef maar met een tekstverwerker. Nu constateert men dat mensen erg afhankelijk worden van hun Cyberspace werkruimte om werk te kunnen verrichten. Ze werken er ook in voor taken die zonder gebruik ervan uitgevoerd kunnen worden.
Representatie gebruikers in cyberspaceGebruikers kunnen hun eigen representatie opbouwen en met meerdere representaties tegelijk van een Cyberspace gebruik maken. In onderwijssituaties leveren zulke ambiguiteiten problemen op en leiden ze af. Vandaar dat men er gestandaardiseerde enkelvoudige representaties hanteert voor leerlingen.
Stanislaw LemStanislaw Lem werd geboren in 1921 in Lwow, Polen. Na een studie in medicijnen begon hij een carriere als science-fiction schrijver. Vertaald werk van zijn hand in het nederlands is: Eden, De dodenplaneet, Gast in de ruimte, Het kongres (ook verschenen als Waanzinnige wereld), Kosmisch avontuur, Terminus, Pirx in de kosmos, De onoverwinnelijke, Solaris, en Keten van kansen. |