goto LAVA Review: The secret life of buildings
Gavin Macrae-Gibson, 1985
By Henri Achten
  Index Wij bewonen in deze eeuw een technologische wereld. Dat is een gevolg van de grote invloed van het wetenschappelijk denken, dat al vanaf het einde van de zestiende eeuw aan belang won. De succesvolle revoluties als gevolg van dit denken luidden niet alleen tot een neergang van andere methoden van kennis- vergaring, maar ook tot het verkrijgen van de aura van universele waarheid die deze methode van denken omgeeft.

De Moderne Architectuur paste om deze reden de wetenschappelijke methode zo rigoreus toe. Echter, het geloof in de universele waarheid van de wetenschappelijke methode is een mythe, een verklaring voor de relatie tussen de mens en de wereld. De architectuur na de Moderne Architectuur kwam er achter dat zij een onderscheid moest maken tussen de wetenschappelijke methode die de huidige wereld van de machines mogelijk heeft gemaakt en de soort van kennis die noodzakelijk is om de ervaring van leven tussen machines uit te drukken. In Macrae-Gibson's visie staat de architectuur voor de taak om vanuit de waarneming van de effecten van de industriele cultuur een nieuwe mythologie voor moderne architectuur te ontwikkelen, dat wil zeggen een geheel van verhalen dat samen overtuigend het bestaan van de mens verhelderen in het einde van de twintigste eeuw. De architectonische vorm van deze mythologische kennis die in staat is de onzekerheid (ambiguiteit) en het mysterie van het menselijk bestaan te verklaren, noemt de auteur het geheime leven van gebouwen (the secret life of buildings).

Macrae-Gibson analyseert uitgebreid zeven gebouwen en probeert in elk gebouw het aspect van het geheime leven van dat gebouw te vinden. De zo gevonden zeven aspecten beschouwt hij dan als een geheel, los van de bijbehorende gebouwen. Dit geheel, de nieuwe mythologie, is geen gebouw meer, maar een stad. Deze stad is geen in de materie aanwezige stad, maar een concept: de architectonische uitdrukking van de mythologie van de mens in de 20e eeuw. Zij is een machine om in te denken, om de mythologie te bedenken waarmee we onszelf kunnen verklaren en waarmee de concrete stad meer wordt dan slechts de materiele levenloze huls van een materieel bestaan. De Moderne Architectuur kenmerkte zich door het afwijzen van het geheugen, de obsessie naar letterlijke inhoud, een zeer vernauwd gebied van representatie en haar mythe van het einde van de mythe.

De overgang van Moderne Architectuur naar moderne architectuur laat zich het beste illustreren in Amerikaanse gebouwen. Immers, de moderne architectuur biedt vele mythologische verhalen en haar kenmerk is dus 'de levende eenheid van de diversiteit, die nu eenmaal het moderne leven is'. Zo ook is Amerika de eenheid van al haar diverse groepen inwoners, 'de grote smeltkroes'. Daarom spreekt Macrae-Gibson van een Amerikaanse mythologie voor moderne architectuur. De projecten die hij aldus bestudeert zijn (met thema van het onderzoek):

  1. Frank O'Gehry - Gehry House Santa Monica, 'de representatie van de perceptie'
  2. Peter Eisenman - House el even odd, 'de onrust van de derde val'
  3. Cesar Pelli - Four Leaf Towers, 'de gevoeligheid van de stilte'
  4. Michael Graves - Portland Public Service Building, 'de aard van het nieuwe sublieme'
  5. Robert Stern - Bozzi House, 'scenografie en het schilderachtige'
  6. Alan Greenberg - Manchester Superior Court Building, 'de voortgang van het klassieke'
  7. Robert Venturi - Gordon Wu Hall, 'de ironie van het moeilijke geheel'
Om nu vanuit deze projecten te komen tot de betekenis van deze mythologische inhoud bestudeert hij drie karakteristieke concepten van het 'lyrisch' modernisme: centraliteit, monumentaliteit en perfectie.

  • Centraliteit is de resultante van twee krachten: het centreren versus het verlies van het centrum. Beide krachten zijn altijd aanwezig. Er bestaat nooit eenduidigheid over een centrum. Een kenmerk van de nieuwe mythologie is dus de dreiging die hier van uitgaat.
  • Monumentaliteit komt tot stand in de wisselwerking van een notie van eeuwigheid (van de mensheid, van een gebouw, het land) en een notie van het alledaagse en de directe persoonlijke ervaring (met volledige uitschakeling van het geheugen). Een kenmerk van de nieuwe mythologie is het verband tussen de individuele mens en de veranderende omgeving, dus het in overeenstemming brengen van het leven zelf met de dreiging die zij inhoudt.
  • Perfectie wordt ook gebaseerd door het spel tussen twee factoren: het klassicisme dat gebaseerd is op perfectie en de notie van de steeds minder tot perfectie in staat zijnde mens. Omdat perfectie niet meer bereikt kan worden dienen we ons steeds actief te behoeden voor destructie. We leven dus onder de dreiging van het falen van onze acties.
De nieuwe mythologie gaat dus over de mens en vertelt over zijn bedreiging, zijn bestaan en zijn mogelijkheid tot het ondernemen van actie.